20. Toonen--wijzen.

_Laten zien._

~Toonen~ drukt dit begrip zonder meer uit, terwijl ~wijzen~ de

bijgedachte heeft, dat men iemand wil helpen of onderrichten. _~Toon~

mij den brief en ik zal u ~wijzen~, hoe gij dien verbeteren moet. ~Wijs~

hem den weg eens._

~Wijzen~ kan ook gebruikt worden zonder lijdend voorwerp en onderstelt

dan, dat men iemand op iets opmerkzaam wil maken: _hij ~wees~ met den

vinger naar ons; zij ~wees~ op haar stoel_.

~Toonen~ komt soms ook voor in de beteekenis van: laten blijken, zonder

dat dit steeds opzettelijk behoeft te geschieden. _Zij ~toont~ weinig

verstand van de zaak te hebben._

* * * * *

Ik zal u even --, hoe de weg loopt.

Om hem te --, dat ik het goed met hem meende, heb ik hem de gevraagde

hulp verleend.

Wanneer gij hem uw overmacht --, zal hij zich wel laten gezeggen.

Hij -- zich met het geschenk niet tevreden.

Ik zal u mijn opstel --, maar dan moet gij mij --, hoe ik de fouten moet

verbeteren.

De zieke zeide niets, maar -- voortdurend op zijn voorhoofd.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 28 / 279 题