_Openhartig._
~Ridderlijk~ doet denken aan de edelmoedigheid, welke den ridder eigen
was en die zijn _eer_ het hoogste stelde. _Zoodra hij bemerkte, dat hij
zijn vriend ten onrechte beschuldigd had, heeft hij ~ridderlijk~ zijn
beschuldiging teruggenomen._
~Ruiterlijk~ heeft meer de bijbeteekenis van ruw, maar oprecht, zooals
de oude ruiters waren, die meer den onverschrokken _moed_ hoog hielden
dan de fijne ridderlijke beleefdheidsvormen. _De oude tuinman kwam er
bij den graaf ~ruiterlijk~ voor uit, hoe hij over hem dacht._ (Het was
den graaf misschien minder aangenaam zulk een openhartig oordeel over
zijn eigen karakter te hooren, maar dat oordeel was toch oprecht gemeend
en bevatte niets dan waarheid.)
* * * * *
Het is -- van hem, dat hij na de grievende bejegening, die hij van zijn
besten vriend ondervond, hem toch weer in den nood bijstaat. (Het strekt
hem tot _eer_!)
Het deed mij goed, dat hij zoo -- voor de waarheid durfde uitkomen. (Het
getuigt van _moed_!)
De tocht naar Chattam was een -- bestraffing voor een schandelijke daad
der Engelschen. (Het eervolle op den voorgrond stellen!)
De tocht naar Chattam was een -- bestraffing voor den laaghartigen
aanval der Engelschen op weerlooze visschersplaatsjes. (Het moedige op
den voorgrond stellen!)