14. Ruiterlijk--ridderlijk.

_Openhartig._

~Ridderlijk~ doet denken aan de edelmoedigheid, welke den ridder eigen

was en die zijn _eer_ het hoogste stelde. _Zoodra hij bemerkte, dat hij

zijn vriend ten onrechte beschuldigd had, heeft hij ~ridderlijk~ zijn

beschuldiging teruggenomen._

~Ruiterlijk~ heeft meer de bijbeteekenis van ruw, maar oprecht, zooals

de oude ruiters waren, die meer den onverschrokken _moed_ hoog hielden

dan de fijne ridderlijke beleefdheidsvormen. _De oude tuinman kwam er

bij den graaf ~ruiterlijk~ voor uit, hoe hij over hem dacht._ (Het was

den graaf misschien minder aangenaam zulk een openhartig oordeel over

zijn eigen karakter te hooren, maar dat oordeel was toch oprecht gemeend

en bevatte niets dan waarheid.)

* * * * *

Het is -- van hem, dat hij na de grievende bejegening, die hij van zijn

besten vriend ondervond, hem toch weer in den nood bijstaat. (Het strekt

hem tot _eer_!)

Het deed mij goed, dat hij zoo -- voor de waarheid durfde uitkomen. (Het

getuigt van _moed_!)

De tocht naar Chattam was een -- bestraffing voor een schandelijke daad

der Engelschen. (Het eervolle op den voorgrond stellen!)

De tocht naar Chattam was een -- bestraffing voor den laaghartigen

aanval der Engelschen op weerlooze visschersplaatsjes. (Het moedige op

den voorgrond stellen!)

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 22 / 279 题