13. Dagelijksch--alledaagsch--daagsch.

_Wel zijn deze woorden van ~dag~ afgeleid, maar eigenlijke synoniemen

zijn het niet; toch worden ze vaak ter vergelijking opgegeven._ (Zie

ook no. 3.)

~Dagelijksch~ is alles, wat elken dag geregeld terugkeert. _De

~dagelijksche~ beweging der aarde om haar as duurt 24 uur. Hij verdient

ruim zijn ~dagelijksch~ brood._

~Alledaagsch~ beteekent, wat men alle dagen ziet, dus iets wat zeer

gewoon is; het heeft min of meer een geringschattende beteekenis. _Ik

dacht, dat hij zeer veel talent bezat, maar hij blijkt slechts een

~alledaagsch~ mensch te zijn._

~Daagsch~ wordt gebruikt in tegenstelling van zondagsch: _dit is mijn

~daagsche~ hoed_ (d.i. de hoed, dien ik op gewone werkdagen draag).

Opmerking. _Daags_ is een bijwoord en beteekent: over dag: De zon

schijnt _daags_ maar 6 uur meer.--Ook _dagelijks_ is een bijwoord en

beteekent: elken dag: Hij doet _dagelijks_ een wandeling. (Hij doet

_daags_ een wandeling, wil zeggen: over dag, dus niet in den nacht.)

_'s Daags_ beteekent _per dag_ (in een tijdruimte van een dag): _hij

verdient 2 gld. 's ~daags~_.

* * * * *

In het -- leven wordt deze uitdrukking vaak gehoord.

Mijn -- jas zit mij gemakkelijker dan mijn zondagsche.

Gij behoeft daarvan niet zooveel ophef te maken: ik vind het een --

geval.

Op onze voetreis legden wij -- 8 uur af.

Ik zou niet graag mijn -- wandeling willen missen.

's Nachts loopen er vijf treinen en -- twaalf.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 21 / 279 题