6. Kinderachtig--kinderlijk--kindsch.

_Wat een kind eigen is._

~Kinderachtig~ heeft een ongunstige beteekenis; het duidt aan, dat

volwassen menschen zich gedragen, alsof zij nog even weinig verstand als

een kind hadden. _Hoe ~kinderachtig~ van haar zoo bang voor spinnen te

zijn!_

~Kinderlijk~ is alles, wat met den aard van het kind overeenkomt, en wel

in gunstigen zin genomen. _Kinderlijke_ spelen.

~Kindsch~ geeft te kennen, dat van oude menschen de geestvermogens zóó

zijn verzwakt, dat zij als 't ware weer kinderen zijn geworden. _Deze

oude vrouw is sedert een paar jaren geheel ~kindsch~._--Een enkele maal

heeft kindsch nog de letterlijke beteekenis: _Uit mijn ~kindsche~ jaren

herinner ik mij nog, dat wij vaak paaschvuren stookten._

(Men lette er op, dat kindschheid de fig., en kindsheid de letterlijke

beteekenis heeft.)

* * * * *

Foei, wat doet die groote jongen nog --.

Met -- liefde hing de knaap zijn ouders aan.

Gij moet niet te veel waarde aan de verhalen van dezen grijsaard

hechten: hij begint reeds -- te worden.

Zijn -- vertrouwen op God werd niet beschaamd.

Sedert mijn -- dagen ben ik daar niet meer geweest.

In zijn -- eenvoud gaf de boer den vorst de hand en vraagde, hoe hij het

maakte.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 14 / 279 题