7. Buigbaar--buigzaam.

_Wat gebogen kan worden._

~Buigbaar~ duidt aan, dat een lichaam meer toevallig gebogen kan worden,

terwijl ~buigzaam~ te kennen geeft, dat het voorwerp krachtens zijn

innerlijke samenstelling gemakkelijk te buigen is. Een eikenhouten stok

is _buigbaar_, een glazen staaf niet; een stuk gummi is _buigzaam_.

Ook onbuigbaar en onbuigzaam hebben dit verschil. In figuurlijke

beteekenis is het eerste dan ook sterker dan het tweede; bijv.: _Hij

heeft een ~onbuigzaam~ karakter_, dat wil zeggen: hij toont in zijnen

geheelen aanleg duidelijk, dat hij zich _niet licht_ door een ander

laat buigen of leiden in betrekking tot zijn meening of wil. Het is

dus niet noodig aan een ongunstige beteekenis te denken.--_Door zijn

~onbuigbaren~ trots berokkende hij zich vele vijanden_, d.w.z. zijn

trots was zóó sterk, dat hij zich _door niets_ liet buigen. Gewoonlijk

heeft onbuigbaar een eenigszins afkeurende beteekenis.

* * * * *

Zijn -- koppigheid ben ik eindelijk moede.

Een dichter noemde onze taal: krachtig, rein, smeltend, -- en rijk.

Als men een glazen buis verwarmt, is zij --.

Zet u niet in het hoofd, dat gij hem tot andere gedachten zoudt kunnen

brengen: hij heeft een -- wil.

Het karakter van den nieuwen consul was hun voorgesteld als welwillend:

zij hoopten, dat het -- zou wezen. (Beets.)

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 15 / 279 题