Thans zal ik

Verwanten, hovelingen, allen, die roem verwierven

Door eigen arm en wie vergramd door des konings hoon zij

Van ’s vorsten dienaars,—tot bevrijding mijns vriends bewegen,

Yaugandharâyana gelijk, zijnen vorst bevrijdend.*

En ook:

Den lieven vriend, die zonder reden is gegrepen

Door vijanden, onedel, voor zich zelve duchtend,

Zal ’k, met onstuimigheid aanvallende, bevrijden,

Terwijl hij als de maanschijf is in Râhu’s kaken.* (Af.)

Slavin (komt op).

Jonkvrouw, door het lot wordt ge begunstigd: van wege den edelen

Cârudatta is er een Brahmaan aangekomen.

Vasantasenâ.

O, hoe lief’lijk is de dag van heden! Nu, meisje, leid hem, door een

bandhula vergezeld, eerbiedig binnen.

Slavin.

Het leemen wagentje: Indisch tooneelspel uit Sanskṛt en Prākṛt in het Nederlandsch vertaald · 第 66 / 131 题