Komaan, ik stap uit. (Hij stapt uit.)

Madanikâ (weenend de handen opheffend).

Dat is voorzeker zoo, maar dan brenge mijn edele gemaal mij ten minste

bij achtenswaardige lieden†.

Çarvilaka.

Juist, geliefde, juist, overeenkomstig onze gedachte hebt ge gesproken.

(Tot den slaaf.) Hé daar, weet ge het huis van Rebhila den veemheer?

Slaaf.

Zeker.

Çarvilaka.

Breng daar mijn liefste heen.

Slaaf.

Zooals UEd. beveelt.

Madanikâ.

Gelijk mijn edele gemaal zegt. Maar mijn edele gemaal zij toch

voorzichtig. (Af.)

Çarvilaka.

Het leemen wagentje: Indisch tooneelspel uit Sanskṛt en Prākṛt in het Nederlandsch vertaald · 第 65 / 131 题