Vasantasenâ.
Madanikâ blijft lang weg, waar zou ze toch zijn? (Door het venster
ziende.) Wel, daar staat ze met een man te praten, en daar zij, met
innigen, onbeweeglijken blik hem als indrinkend, in zijn aanschouwing
is verzonken, vermoed ik, dat die man haar wenscht vrij te koopen. Laat
zij dan genieten, laat zij genieten. Men mag niet iemands vreugde
verstoren, dus zal ik haar niet roepen.
Madanikâ.