Çarvilaka.
Dit is het huis van Vasantasenâ, laat ik dus binnengaan.
(Binnentredend.) Waar zal ik nu Madanikâ te zien krijgen?
(Dan komt Madanikâ op, met een waaier in de hand.)
Çarvilaka (haar ziende).
Wel, daar is Madanikâ!
Zelfs Madana* in deugden overtreffend,
En stralend als de lijfelijke Wellust,
Schijnt zij mijn hart, verzengd door ’t vuur der liefde,
Geheel en al met sandel te verkoelen.
Madanikâ, Madanikâ!
Madanikâ (hem ziende).
Wel kijk, daar is Çarvilaka. Çarvilaka, wees welkom. Waar gaat ge heen?
Çarvilaka.