IJ. AZIJN.

1. Vruchtenazijn. Afgevallen appelen en peren, mits zij niet zwart

of rotachtig zijn (zij zouden dan een bitteren smaak aan den azijn

geven), worden zoo klein mogelijk gestampt en dan in eene pers zeer

droog uitgeperst. De most, dien men dus verkrijgt, wordt in open vaten

gegoten, waarin hij 8 of 10 dagen blijft staan. De onzuiverheden,

die door het gisten bovendrijven, worden er voorzigtig afgenomen;

dan wordt de most in andere vaten overgegoten en op eene warme plaats

gebragt. Nu volgt er nog eenige gisting door het opene spongat, en

men moet eene flesch met most bij de hand houden om het overgeloopen

vat telkens weder aan te vullen. Als er hoegenaamd geene gisting meer

wordt waargenomen, bedekt men het spongat met een niet te dik stuk

linnen, en laat de vaten rustig tot het voorjaar liggen, wanneer men

den azijn aftapt. Het is een goed teeken, als zich op de oppervlakte

een vlies vormt, en dat mag vóór het aftappen volstrekt niet worden

weggenomen of zelfs gebroken.

2. Suikerazijn. Men neemt op 5 k. water 7 1/2 o. witte suiker, kookt

dit een half uur, onder zorgvuldig schuimen, en giet het in een open

vat. Als het bekoeld is, besmeert men eene snede wittebrood dik met

gist, legt er die in, en laat het 2 dagen gisten. Daarop neemt men het

brood er uit, en giet het vocht in een ander vat over, dat op eene

warme, drooge plaats moet liggen, terwijl men een papier over het

spongat plakt, waarin men kleine gaatjes knipt, om de lucht toegang

te verschaffen. Als men den azijn eene schoone kleur, als rhijnwijn,

wil geven, dan moet men tegelijk met de suiker en het water eene

handvol gele sleutelbloemen (primula veris) mede laat koken.

3. Azijn van aalbessen. De bessen worden uitgeperst, en het sap den

volgenden dag van het bezinksel in schoone flesschen gegoten, die

men, om te gisten, open in de zon of op eene warme plaats zet. Men

kurkt ze als de gisting geheel heeft opgehouden. Deze azijn geeft

een fijnen smaak aan de salade die men er mede bereidt.

4. Om azijn te keuren giet men een weinig op een zilveren lepel en

legt dien boven het vuur; als alles verdampt, dan is de azijn zuiver;

zoo niet, dan is zij met vitriool vervalscht.

Keukenboek · 第 55 / 64 题