I. 3. 83. Sir Pandarus van Troje. De oude koppelaar; zie Sh’s Troilus
en Cressida.
I. 3. 95. Valsche steenen. In ’t Engelsch worden soorten van valsche
dobbelsteenen opgenoemd: gourd, fullam, high en low; misschien waren de
eerste met een holte, de tweede met lood vervalscht, en gaven de twee
andere altijd hooge of altijd lage oogen.
I. 4. 28. Met een konijnenmelker. In ’t Engelsch warrener, eigenlijk
niet een konijnfokker, maar een opzichter in een konijnenperk, die wel
niet hooger begaafd behoeft te zijn dan een ganzenhoeder. Moed is zeker
niet het eerste vereischte voor deze betrekking.
I. 4. 79. Phlegmatiek. Zij wil natuurlijk choleriek zeggen, maar is met
die vreemde woorden telkens in de war.
II. 1. 5. Schoon de Liefde het Verstand wel als haar verkenner
gebruike, laat zij het toch niet als haar raadsman toe. Arts zou de
vertaling zijn van physician, zooals door de meeste uitgevers, Dyce,
Staunton, Clark en Wright, Delius hier gelezen wordt. Maar de arts is
in de eerste plaats een raadgever, en de redeneering sluit dus niet.
Dit physician is Johnson’s gissing voor precisian, dat in de
folio-uitgave gelezen wordt. Het komt mij voor, dat precisian behouden
moet blijven en een goeden zin geeft. Een precisian moet beteekenen:
iemand, die heel precies is, een nauwlettend mensch, die alles goed
opneemt, het voor en tegen overweegt, een berekenaar, een opmerker, een
pluizer, een overweger is. Zoo wordt in het vervolg van den brief
nageplozen en overwogen, dat er sympathie tusschen Falstaff en zijn
aangebedene bestaat: in leeftijd, in vroolijkheid, in smaak voor sek;
maar dit alles is niet de reden van zijn liefde, deze vloeit niet voort
uit den aard van zijn rede. Hij bemint, omdat hij het moet, door den
drang des harten; de reden is niet op te geven, maar hij bemint, hij
bemint smachtend, vurig, trouw, en vraagt wederliefde [2].
II. 1. 23. Die Vlaamsche dikzak van een dronkaard. In ’t Engelsch
alleen: this Flemish drunkard, maar de Engelschman dacht bij den
Duitschen dronk vanzelf aan een grooten lichaamsomvang; vergelijk
„Othello”, II. 3. 80.
II. 1. 52. Die ridders willen er op inhakken. Engelsch: These knights
will hack. De juiste beteekenis is nog raadselachtig; hack beteekent
„hakken”, „houwen”.
II. 1. 64. Het lied van „Juffrouw Groenmouw”. Een lichtzinnig liedje
uit dien tijd; het is verloren gegaan, maar de melodie is bewaard
gebleven. Wereldsche wijsjes, die opgang maakten, werden toen niet
zelden voor geestelijke liederen gebruikt.