I. 3. 59. Hij heeft een legioen engelen. Gouden munten van 10 shilling.

I. 3. 83. Sir Pandarus van Troje. De oude koppelaar; zie Sh’s Troilus

en Cressida.

I. 3. 95. Valsche steenen. In ’t Engelsch worden soorten van valsche

dobbelsteenen opgenoemd: gourd, fullam, high en low; misschien waren de

eerste met een holte, de tweede met lood vervalscht, en gaven de twee

andere altijd hooge of altijd lage oogen.

I. 4. 28. Met een konijnenmelker. In ’t Engelsch warrener, eigenlijk

niet een konijnfokker, maar een opzichter in een konijnenperk, die wel

niet hooger begaafd behoeft te zijn dan een ganzenhoeder. Moed is zeker

niet het eerste vereischte voor deze betrekking.

I. 4. 79. Phlegmatiek. Zij wil natuurlijk choleriek zeggen, maar is met

die vreemde woorden telkens in de war.

II. 1. 5. Schoon de Liefde het Verstand wel als haar verkenner

gebruike, laat zij het toch niet als haar raadsman toe. Arts zou de

vertaling zijn van physician, zooals door de meeste uitgevers, Dyce,

Staunton, Clark en Wright, Delius hier gelezen wordt. Maar de arts is

in de eerste plaats een raadgever, en de redeneering sluit dus niet.

Dit physician is Johnson’s gissing voor precisian, dat in de

folio-uitgave gelezen wordt. Het komt mij voor, dat precisian behouden

moet blijven en een goeden zin geeft. Een precisian moet beteekenen:

iemand, die heel precies is, een nauwlettend mensch, die alles goed

opneemt, het voor en tegen overweegt, een berekenaar, een opmerker, een

pluizer, een overweger is. Zoo wordt in het vervolg van den brief

nageplozen en overwogen, dat er sympathie tusschen Falstaff en zijn

aangebedene bestaat: in leeftijd, in vroolijkheid, in smaak voor sek;

maar dit alles is niet de reden van zijn liefde, deze vloeit niet voort

uit den aard van zijn rede. Hij bemint, omdat hij het moet, door den

drang des harten; de reden is niet op te geven, maar hij bemint, hij

bemint smachtend, vurig, trouw, en vraagt wederliefde [2].

II. 1. 23. Die Vlaamsche dikzak van een dronkaard. In ’t Engelsch

alleen: this Flemish drunkard, maar de Engelschman dacht bij den

Duitschen dronk vanzelf aan een grooten lichaamsomvang; vergelijk

„Othello”, II. 3. 80.

II. 1. 52. Die ridders willen er op inhakken. Engelsch: These knights

will hack. De juiste beteekenis is nog raadselachtig; hack beteekent

„hakken”, „houwen”.

II. 1. 64. Het lied van „Juffrouw Groenmouw”. Een lichtzinnig liedje

uit dien tijd; het is verloren gegaan, maar de melodie is bewaard

gebleven. Wereldsche wijsjes, die opgang maakten, werden toen niet

zelden voor geestelijke liederen gebruikt.

De vroolijke vrouwtjes van Windsor · 第 59 / 61 题