DERDE TOONEEL.

Een kamer in de herberg de Kouseband.

De Waard en Bardolf komen op.

BARDOLF. Heer, de Duitschers verlangen drie van uwe paarden te hebben;

de hertog zelf komt morgen aan het hof, en zij willen hem te gemoet

rijden.

WAARD. Wat kan dat voor een hertog zijn, die zoo met stille trom komt?

Ik heb niets gehoord van zijn komst bij het hof. Laat mij eens met de

heeren spreken. Zij spreken Engelsch?

BARDOLF. Ja, heer, ik zal hen bij u roepen.

WAARD. Mijn paarden kunnen zij krijgen, maar ik zal hen laten betalen;

zij zullen er voor bloeden; zij hebben mijn huis een week lang in

beslag genomen; ik heb mijn andere gasten moeten afwijzen; daarvoor

moeten ze afschuiven; zij zullen er voor bloeden. Kom!

(Beiden af.)

De vroolijke vrouwtjes van Windsor · 第 45 / 61 题