VIERDE TOONEEL.

Een kamer in het huis van Dokter Cajus.

Vrouw Haastig, Simpel en Rugby komen op.

VROUW HAASTIG. Hé, John Rugby!—Wees zoo goed en ga aan het venster en

zie, of gij ook onzen heer, den heer en dokter Cajus ziet aankomen;

want, waarachtig, als hij komt, en hij vindt iemand in zijn huis, dan

heeft Gods lankmoedigheid en ’s konings Engelsch het zwaar te

verantwoorden.

RUGBY. Ik zal gaan uitkijken.

VROUW HAASTIG. Doe het; daarvoor zullen wij van avond een biersoepje

hebben, waarachtig, bij het laatste restje van het steenkolenvuur.

(Rugby af.)—Een eerlijke, gewillige en goedhartige knaap, zoo goed er

maar in een huis een wezen kan; en, ik verzeker je, geen aanbrenger en

geen twiststoker; zijn ergste gebrek is, dat hij aan het bidden te veel

verslaafd is; van dien kant is hij wel wat zielig; maar zoo heeft ieder

zijn gebrek; dus dat mag wel zoo wezen. Je naam is Peter Simpel, zegt

ge?

SIMPEL. Ja, bij gebrek aan beter.

VROUW HAASTIG. En mijnheer Slapperman is je meester?

De vroolijke vrouwtjes van Windsor · 第 9 / 61 题