Aldaar.
Sir Hugo Evans en Simpel komen op.
EVANS. Chaat uw wegen en fraag naar dokter Cajus zijn huis, waar tat
is; en taar woont een sekere frouw Haastig, die als het ware sijn min
is of sijn droge min, of sijn kok, of sijn huishoudster, of sijn
waschvrouw of sijn strijkster.
SIMPEL. Goed, sir.
EVANS. Neen, het komt nog peter.—Geef haar dezen prief; want sij is een
frouw, die erge bekendschap is van juffer Anna Page; en de prief is,
dat ik haar versoek en becheer uws meesters wenschen bij juffer Anna
Page te helpen. Ik pit u, cha. Ik heb nog niet afchecheten, taar komen
nog pippelingen en kaas.
(Beiden af).