Een flesch lichte rijnwijn, 24 dooiers van eieren, 1/2 K.G. suiker,
sap van een djeroek-nipis, 1/2 K.G. krenten in rijnwijn geweekt.
Bereiding:
Men kookt den rijnwijn met het djeroeksap; daarna klopt men de
24 eierdooiers met de suiker wit en roert dit door den inmiddels
bekoelden rijnwijn. Dit mengsel laat men, in de bus half bevriezen,
roert er dan de krenten door en laat dit samen hard worden.