Twaalf mandarijntjes (djeroeks kepròk), de geraspte schil van een
dier vruchten, 1 1/2 flesch melk, of room, 1/2 pond suiker.
Bereiding:
De helft van de melk, of van den room, wordt met de suiker gekookt, tot
deze gesmolten is, daarna bekoeld. De djeroeks worden goed uitgeperst
en het sap, benevens de fijngeraspte schil en de overige melk, of room,
bij de bekoelde melk gevoegd en alles goed door geroerd. Laat daarna
deze massa, in de ijsbus, bevriezen.