Stroop van 1 pond suiker, 10 appelen, 1 geraspte djeroek-nipis-schil,
het sap van 2 djeroeks-manis.
Voor de saus: rhum en stroop van suiker.
Bereiding:
De appelen worden geschild, van de klokhuizen ontdaan, met een weinig
water gekookt, daarna door een zeef gewreven en met de stroop van een
pond suiker, gedurende 3/4 uur, zachtjes gekookt. Vervolgens worden
er de geraspte djeroek-schil en het djeroek-sap bij gedaan. Dit stort
men nu over in een nat gemaakten steenen vorm en zet dezen dan in de
ijskist, of op een koele plaats, weg.
Men dient het voor met suikerstroop, waarin een glas rhum is gemengd.