Twee en een half ons fijngesneden ingelegde gember, (No. 676), 2 ons
meel, 2 ons boter, 4 maatjes kokende melk, 6 à 8 geklopte eierdooiers,
suiker naar smaak, het tot sneeuw geklopte wit der eieren, vanillevla.
Bereiding:
De boter wordt gesmolten; vervolgens roert men ze door het meel, zoo,
dat dit niet klontert en doet er, onder aanhoudend roeren, de melk bij.
Men zet dit te vuur en roert er in, tot het een dikke massa wordt; zet
het af en, als het bekoeld is, klutst men er de dooiers met de suiker
door, vervolgens de fijngesneden gember en, 't laatst, het tot sneeuw
geklopte eiwit. Men zet dit daarna nog even op 't vuur, roert alles
nog eens stevig door, stort 't dan in een, met boter en beschuitkruim
bestreken, pudding-trommel, en stoomt het anderhalf uur lang.
Men eet deze pudding met vanillevla.