866. EIERPUDDING.

Veertien eierdooiers, de 14 eiwitten tot sneeuw geklopt; 2 kopjes

bloem, 1 flesch melk, 1/2 kopje suiker, 1 kopje gesmolten boter, de

geraspte schil van 1 djeroek-nipis, 2 lepels cognac of brandewijn;

madéra-saus.

Bereiding:

De eierdooiers worden, met de suiker, stevig wit geklopt; daarna roert

men het meel, de melk, de boter met de djeroekschil door elkander en

zet dit te vuur.

Is dit mengsel nagenoeg lauw, dan roert men er de geklopte dooiers

door, tot alles een dikke pap is geworden; daarna zet men het af.

Nu roert men hier vlug den cognac of brandewijn door, met het geklopte

eiwit en doet dan alles in een nat gemaakten puddingvorm.

Is de pudding koud, dan wordt ze voorgediend met rhum- of madéra-saus,

welke laatste evenals de rhum-saus wordt gemaakt. (No. 478).

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 925 / 1109 题