Twee ons witte gelatine of 2 stangen agar-agar, 1/2 pond suiker,
het sap van 3 djeroeks-nipis, 2 eieren, het geklopte eiwit daarvan,
2 ons gecristaliseerde vruchten, een of ander geleisoort, 1 water
glas curaçao, cochenille, 1 eetlepel water.
Bereiding:
Men zet de gelatine, of agar-agar, met een weinig water op, voegt
er de suiker en djeroeksap bij en roert dit alles, tot de gelatine
gesmolten is. Daarna klopt men er vlug het geslagen eiwit door, met
een lepel water. Vervolgens doet men hier een paar lepels gelei door,
laat dit, gedurende twee minuten koken en zeeft het daarna. Door de
gezeefde massa roert men de curaçao en kleurt ze met cochenille, rood.
Men stort eindelijk de helft dezer massa in een nat gemaakten
puddingvorm, doet daarop een laagje gecristaliseerde vruchten en bedekt
deze wederom met de andere helft der massa. Men laat dan alles staan
en in een ijskist afkoelen.
Men kan in plaats van cochenille-kleurstof, roode gelatine nemen; men
houde dan in 't oog dat deze gelatine zwaarder is dan de witte. (Zie
gewichtstabel vooraan.)