(Volgens echt Engelsch recept).
Een half pond bloem, 1/2 oudbakken geraspt wit brood en kruim,
1/2 pond fijngehakt nierenvet, 1/2 pond tafelrozijnen zonder pit,
evenveel sultanarozijnen, 1/2 pond krenten, 1 ons fijngesneden sukade,
1 geraspte notemuskaat, 10 eierdooiers, 1 ons suiker, 1 waterglas rhum,
1 waterglas brandewijn, 1/2 waterglas madéra, 1 bitterglaasje cognac;
geraspte suiker en fijne kaneel, boter.
Bereiding:
De dooiers worden met een ons suiker wat geklopt waarna men er,
langzamerhand, het meel, het geraspte brood en kruim, de rozijnen,
krenten en sukade, ook het zeer fijngehakte, door roert. Als men dit
nu goed beslagen heeft, roert men er de rhum, de madéra, den cognac
en een groote lepel boter door, slaat dit nog eens goed door elkander
en neemt een servet, dat men goed met meel bestuift, waarin het beslag
wordt gedaan, dat men eerst tot een ronden bal heeft gekneed.
Vervolgens bindt men het servet stevig dicht, doch zoo dat het deeg
er zich in kan uitzetten. Te voren zet men een groote diepe pan met
water op, waarin, op den bodem, een bord. Als het water goed kookt,
doet men het gebonden servet op het bord, houdt dit servet recht,
zoodat de pudding een vorm kan aannemen. Na een poosje dekt men de
pan dicht en laat alles zes uren koken. Vermindert het water, dan
voegt men er warm water bij; de bal moet onder het water blijven koken.
Is de pudding gaar, dan haalt men het servet er uit, maakt het open,
doet de pudding warm op een schotel, overgiet haar met cognac, rhum
of brandewijn en steekt dit aan, als de pudding ter tafel wordt
gebracht. De pudding wordt met suiker en kaneel gegeten.