859. CONFITURENPUDDING.

Twintig beschuiten, 12 eierdooiers, 1 kopje melk, 4 lepels gesmolten

boter, 4 lepels suiker, 1 theelepel fijne kaneel, 2 lepels rozenwater,

geklopt wit van zes eieren, rhumsaus, boter, beschuitkruim, confituren.

Bereiding:

De eierdooiers worden met de suiker geklopt; de twintig beschuiten

stampt men fijn en doet men door de geklopte dooiers. Hierbij voegt

men de kaneel, de melk, het rozenwater, de boter, klopt dit alles

goed door elkander en doet er dan het geklopte eiwit door. Deze massa

doet men, laag om laag, met confituren afwisselend, in een met boter

en beschuitkruim bestreken pudding-trommel, die voor 2/3 of 3/4

gevuld wordt.

De pudding-trommel wordt, in een gesloten pot, met kokend water, gedaan

en gedurende twee uren gekookt. Men zorge er voor het verdampte water

aan te lengen met kokend water, dat tot den rand van den vorm hoog moet

staan. Deze regel is voor verdere gekookte puddingen aan te bevelen.

Rhumsaus wordt bij deze pudding voorgediend (No. 478).

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 918 / 1109 题