Een volle eetlepel maïzena, het sap en de geraspte schil van 2 djeroeks
nipis, 1 lepel boter, 1 kopje witte suiker, 3 eieren, 1 kopje melk,
het geklopte wit van de eieren en 3 lepels poedersuiker.
Bereiding:
Men klopt de drie eierdooiers, doet er het kopje suiker, het sap
en de geraspte schil van de djeroek-nipis en de maïzena door, klopt
dit goed dooreen en roert er vervolgens de melk door. Men warmt deze
massa, onder gestadig roeren, tot zij dik wordt en stort ze in een
met boter bestreken basi-kasar over. Daarna doet men dit even in
den warmen oven. Wordt de pastei van boven licht bruin, dan haalt
men haar er uit en bedekt ze met het eiwit, dat met de poedersuiker
stijf is geslagen. Men doet de pastei nog eens in den oven, om het
geslagen wit er licht bruin te doen uitzien.