Een taartkorst met opstaanden rand, (No. 814), gelei, bitterkoekjes,
roomvla, madéra.
Bereiding:
De korst wordt half gaar gebakken; daarin doet men een laagje gelei,
vervolgens een laag in madéra geweekte bitterkoekjes en hierop een
dikke room- of vanillevla, waarna de taart in een matig verwarmden
oven langzaam wordt gaar gebakken.