830. KONINGSTAART.

Vijftien eierdooiers, 1 pond boter, 1/2 pond bloem, 1 pond droge,

witte suiker, 2 lepels fijne kaneel, 12 tot sneeuw geklopte eiwitten,

frambozengelei, rood en wit waterglazuur, 1 lepel fijne notemuskaat.

Bereiding:

Men maakt een deeg van de geklopte eierdooiers, boter, bloem, suiker,

kaneel en notemuskaat. Hierna roert men er het geslagen eiwit door

en mengt dit alles goed dooreen. Deze taart wordt in eenige vormen,

aan lagen gebakken; de vormen zijn te voren met boter besmeerd; de

lagen worden licht bruin gebakken. Elke laag besmeert men met gelei;

de bovenste laag glaceert men met een rand wit en, in 't midden,

rood waterglazuur, evenzoo den buitenrand.

N.B. Op de bovenste laag mag geen gelei gestreken zijn.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 887 / 1109 题