Taartendeeg (No. 703), een paar lepels maïzena, 1 1/2 flesch melk,
1 kopje suiker, 1 glaasje kirsch of cognac, verschillende confituren
of manisans, genoemd in No. 675-680, verder tangkwé, gember, rozijnen
en krenten, boter.
Bereiding:
Het deeg vervormt men tot een rondte met opstaanden rand, besmeert
het met boter en geklopt eigeel en bakt het, in den oven, licht
bruin. Is zij gaar, dan wordt zij gevuld met: eerste laag: confituren,
tweede laag: vla, die men van de melk, maïzena, suiker en kirsch
heeft gemaakt, derde laag: wederom confituren, dan weêr melkvla,
enz. Bovenop versiert men dit gebak met de krenten, rozijnen, stukjes
tangkwé en stukjes geconfijte gember, waarna men de taart nog even
in den oven laat bakken.