Drie ons boter, 3 ons bloem, 3 ons suiker, ruim 1/2 ons krenten,
1/2 ons sultana rozijnen, 1 kopje vol fijngesneden sukade, 4 eieren,
1 theelepel fijne kaneel, 1/2 theelepel kruidnagelgruis, 3 lepels
suiker, boter, beschuitkruim.
Bereiding:
Men roert de boter wit, en doet er, doorroerende, de geklutste
eieren in, hierna de suiker, vervolgens de bloem, die men nog eerst
gezeefd heeft, de schoongewasschen krenten, rozijnen, sukade, kaneel,
nagelgruis en een weinigje zout. Hiervan kneedt men goed een deeg,
dat men in een met boter en beschuitkruim bestreken vorm doet, daarna
vluchtig met een weinigje koud water overgiet en met de drie lepels
fijne suiker bestrooit. Het water dient tot hechting van de suiker.
De taart wordt in een niet te warmen oven, gedurende een uur ongeveer,
gebakken. Men kan haar, in een gesloten trommel, wel veertien dagen
bewaren.