Een half pond meel, 3/4 pond suiker, 12 geklutste eierdooiers en 12
tot sneeuw geklopte eiwitten, frambozen- of aardbeiengelei, vanillevla,
geklopt eiwit en melk, boter, wit of rood suikerglazuur.
Bereiding:
De dooiers worden met de suiker wit geslagen; daarna doet men de helft
van de sneeuw bij de geklopte dooiers en roert er het meel door. Is
het beslag te luchtig, dan voegt men er nog wat meel bij.
Dit beslag verdeelt men in vieren en bakt elk gedeelte (van groot tot
kleiner) in vier springvormen. Zijn de gedeelten gaar, dan laat men
ze eerst koud worden en haalt ze daarna uit de vormen. Men stapelt de
lagen op elkander en doet er, om beurten, frambozengelei en vanillevla
tusschen. De bovenste laag versiert men met het overgeschoten eiwit,
dat men met melk tot een dikke massa gekookt heeft.