Acht eieren, 3 eetlepels boter, 1 kopje suiker, 1 1/2 of 2 kopjes
beschuit- of broodkruim, 1/2 stokje vanille, 1 à 2 kopjes melk,
een weinig zout.
Bereiding:
De acht eieren, waarvan drie met het wit, klopt men goed dooreen,
voegt er nu langzaam, al roerende, lepel voor lepel, de boter, de
suiker, de beschuitkruim en de vanille bij. Klop dit alles goed door
elkander en voeg er, langzaam, de melk en de vijf tot sneeuw geslagen
eiwitten bij. Roer nogmaals alles goed dooreen en stort dit alles in
een met boter bestreken vuurvaste schaal over. Men laat deze taart
in den penggorèngan (taartepan) eerst van onderen en dan van boven
gaar bakken.