Vijftien tot 20 gestampte beschuiten, 1/2 pond fijngestampte amandelen,
15 eieren, 1/2 pond witte suiker, 1/4 pond gesmolten boter, een weinig
zout, 1/2 stokje vanille, beschuitkruim, boter.
Bereiding:
De dooiers en het wit worden apart geklutst; daarna de dooiers met de
suiker geklopt, de amandelen en beschuit er door geroerd, vervolgens de
gesmolten boter er door gewerkt. Is dit goed vermengd dan doet men er,
't laatst, het tot sneeuw geklopte wit bij met 't stukje vanille en
het zout. Ook dit wordt samen goed door elkander gewerkt.
Nu bestrijkt men een tulband- of anderen vorm met boter en
beschuitkruim, stort hierin het beslag en bakt het met van onderen
en boven vuur in de taartepan, dan wel in den heeten oven. Dit gebak
wordt warm uit den vorm op de taartenschaal gedaan.