815. ANANASTAART.

Een half pond bloem, 1/2 pond boter. Twee ananassen, 1/2 glas roode

wijn, 1/2 glas madéra, suiker naar smaak, een paar kruidnagels,

1/2 pijpje kaneel, 12 bitterkoekjes of 12 biscuits, 1 glaasje crême

de vanille, 1 lepel maraschino of andere likeur, een groote lepel

cognac, 4 eiwitten tot sneeuw geslagen, opengesneden rozijnen zonder

pit, boter.

Bereiding:

Van beide eerstgenoemde ingrediënten maakt men taartendeeg (No. 703),

waarvan men een rondte met opstaanden rand maakt evenals bij

No. 814. De ananassen worden schoongemaakt, het hart weg gedaan

en het vleesch der vruchten in zeer kleine stukjes gesneden. Deze

stukjes worden met den wijn, de madéra, suiker, kruidnagels en de

kaneel opgekookt tot alles gelei-achtig is, waarna men dit afzet en

koud laat worden.

De taartenkorst heeft men intusschen licht bruin gebakken, waarna

men bovengenoemde koude massa er in overstort.

Nu worden de bitterkoekjes fijngestampt, met de crême de vanille,

den cognac en de maraschino overgoten en samen omgeroerd. Dit mengsel

doet men op de ananas-gelei, en zet men verder de taart weer in den

oven te bakken. Is de taart wat droog geworden, dan haalt men haar

uit den oven en bestrijkt het bovenoppervlak met het geslagen eiwit,

dat men met djeroeksap en wat suiker heeft geklopt. De sneeuw versiert

men eindelijk met kruisgewijze geplaatste rozijnen, waarna de taart

ten slotte nog even, in den oven, licht geel wordt gebakken.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 872 / 1109 题