Het wit van 4 eieren, 1/2 pond suiker, een weinig water, 1/2 pond
gestampte amandelen, een weinig gesnipperde en geroosterde amandelen.
Bereiding:
De vier eiwitten worden tot sneeuw geslagen; de suiker met water à
la petite plume gekookt (No. 713). Nu giet men deze suiker vlug door
het eiwit en roert alles goed om. Daarna verwarmt men de gestampte
amandelen en roert er de helft van het met suiker geslagen eiwit
door. Is dit goed geroerd, dan doet men er de andere helft bij. Men
roert dit vervolgens, op het vuur, zoolang aan, tot het een stijve
massa wordt. Van deze massa maakt men langwerpig-vierkante figuren,
die met de geroosterde amandelen bestrooid worden. Deze worden verder
op een ijzeren plaat gebakken, die eerst met boter bestreken en daarna
met meel bestoven is. Men bakt ze in een matig verwarmden oven.