789. SPIKKELAAS.

(Of Sint-Nicolaas gebak).

Negen ons bloem, 7 ons bruine suiker, 6 1/2 ons boter, potasch

ter grootte van een duivenei (ammonium bicarbonum), 1 theelepel

kruidnagelgruis, een dito fijne notemuskaat, 1/2 theelepel fijne

kaneel, 1/2 theelepel citroenolie, 1/2 theelepel zout, boter.

Bereiding:

Boter met de suiker en de potasch vermengen. Dan het meel hierdoorheen

kneden. Is dit goed gekneed, doet men er de citroenolie met de

specerijen door. Dit deeg wordt eenige keeren op de plank uitgerold

en weêr samengevouwen; daarna wordt het, voor 't laatst, uitgerold

ter halve vingerdikte en snijdt men er figuren van, of men gebruikt

de Sint-Nicolaas-plank, waarin figuren zijn uitgehold.

Tegenwoordig heeft men bij de bakkers Sint-Nicolaas gebak-rolmachines,

waarmede men duizende koekjes (figuren) in 't uur rolt. (Voor de plank,

zie aanhangsel).

Deze figuren worden op een met boter bestreken plaat gedaan en met

onder en boven vuur gebakken, tot ze gaar en hard zijn.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 844 / 1109 题