Drie ons suiker, 2 ons amandelen, ruim 1/2 lepel boter, 1
djeroek-nipis.
Bereiding:
De amandelen doet men even in kokend water, pelt ze en hakt ze
fijn. Daarna kookt men de suiker met de boter in een ijzeren pan, tot
ze een dikke bruine stroop wordt. Hierbij worden de gehakte amandelen
gevoegd en roert men alles samen om, onder het verder koken. Als
de massa dik wordt, stort men die uit op een met boter bestreken
blikken plaat of op een met boter bestreken marmeren steen. Men drukt
ze zoo dun mogelijk uit met een djeroek-nipis en maakt van de koude
massa figuren.