Een pond bloem, 1 pond boter, 1/4 pond suiker, 2 eieren; daarna 3/4
pond witte suiker, 3/4 pond fijngestampte amandelen, de schil en het
sap van 2 djeroeks-nipis, 1 ei, 2 theelepels fijne kaneel, 1/4 pond
fijngesneden sukade.
Bereiding:
Van de bloem, boter, suiker en twee eieren maakt men een deeg,
dat men goed kneedt, uitrolt en tot twee ronde koeken vormt. Deze
koeken worden in twee afzonderlijke, met boter bestreken, vormen even
gebakken. Vervolgens mengt men al de volgende bestanddeelen goed door
elkander, neemt een koek uit den vorm, legt op den anderen koek de
amandellaag en hierboven op wederom den uitgehaalden koek. Bak nu alles
samen op in een matig verwarmden oven of in een penggorèngan met onder
en boven zacht vuur, tot de koek er licht bruin uitziet en gaar is.