Een pond witte suiker, 1 pond gestampte zoete amandelen, 3 theelepels
geraspte notemuskaat, 2 theelepels kruidnagelgruis, 2 theelepels
kaneel, het geklopte wit van 6 eieren, zout, boter, 1 lepel rozenwater
en schrijnspapier of wit papier, met boter bestreken. In plaats van
de 3 specerij soorten gebruikt men ook alleen kardemom.
Bereiding:
Men stampt de amandelen met de suiker, doet hierin het rozenwater en
spreidt dit deeg op een bord uit, tot het droog is geworden. Daarna
sprenkelt men er nog wat rozenwater over heen. Nu klopt men de zes
eiwitten, met de drie specerijen, tot dit dik is geworden en vermengt
dit met het amandeldeeg. Dit beslag doet men in een springvorm,
dien men, met schrijnspapier, op den bodem bedekt heeft.
Men bakt ze, in een taartenpan met vuur van onder, daarna van boven,
gaar.