Vier ons bloem, 3 ons fijne suiker, 3 ons boter, 2 eieren en 2
eierdooiers, een weinig zout; gesnipperde amandelen of kanaries, water.
Bereiding:
De zachte boter wordt met wat water wit geroerd, daarna de twee eieren
geklutst en daarbij gemengd; vervolgens de dooiers. Het meel en de
suiker worden met wat zout vermengd en met bovenstaand beslag tot
een deeg gekneed. Daarna rolt men dit deeg uit, steekt er 1 cM. dikke
koekjes uit, die men met de gesnipperde amandelen bestrooit, daarna
met wat geslagen eierdooiers bestrijkt en in den oven licht bruin bakt.