Zeven eieren, het wit en het geel apart geklopt, 2 kopjes water,
zout, boter, sla- of klapperolie, suiker, 15 lepels meel.
Bereiding:
Het meel vermengt men met het water; daarna roert men er de geklopte
dooiers en vervolgens het wit door, zoodat dit beslag iets dikker
wordt dan pannekoekenbeslag.
Nu giet men hiervan, met een lepel, verschillende figuren in de
braadpan, waarin kokend heete klapperolie en boter.
Men eet deze gebakjes warm, met fijne witte suiker.