746. CANOOS.

(Engelsch-Indisch gebak).

Groote, gave aardappelen, melk, boter, zout, peper, notemuskaat.

Bereiding:

De aardappelen worden goed schoongewasschen, in de schil gelaten en

in een pan-penggorèngan of in den oven gepoft, (niet in het vuur);

als men denkt dat ze gaar zijn, haalt men ze er uit en snijdt ze

overlangs in de schil, zoodat de schil nog gaaf blijft en men het

binnenste er voorzichtig uit kan halen (drukken). Dat binnenste wordt

nu met boter, melk, peper, zout en notemuskaat tot een papje gemaakt

en hiermede de uitgehaalde aardappelschillen opgevuld.

Men vouwt de schil dicht, bestrijkt deze met boter en roostert ze op

een zacht vuur in den oven. Men kan ook de gevulde schillen in een

basi-kasar, met boter besmeerd, braden. Men keert ze dan, nu en dan,

om, opdat ze aan beide zijden bruin worden.

Men moet ze warm voordienen.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 801 / 1109 题