742. BOTERBROOD.

Een pond boter, 1 pond fijne broodsuiker, 1 pond meel, eenig

gewasschen en weêr gedroogd anijszaad, 3 of 4 eieren, een weinig zout,

eiwitglazuur (No. 711).

Bereiding:

Men maakt van de bovengenoemde ingrediënten een beslag, dat men

uitrolt; daarna steekt men er, met een bierglas, ronde broodjes

of koekjes uit, die men op een met boter bestreken plaat, boven

een matig vuur, gaar bakt. Als ze gaar zijn, neemt men ze nog warm

van de plaat. Als ze koud zijn geworden, glaceert men de broodjes

met een sterk eiwitglazuur, waardoor men nog twee eierdooiers heeft

geklopt. Om het glazuur te laten opdrogen, zet men deze broodjes nog

een oogenblikje in den oven.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 797 / 1109 题