Vijf en twintig eierdooiers, 1 pond witte suiker, 1 pond meel, 3
geraspte klappers, het tot schuim geklopte eiwit, 1 lepel anijszaad
of een paar druppels anijsolie (adas), 1 wijnglas rozenwater, een
weinig zout.
Bereiding:
Het meel braadt men even (droog) lichtbruin en laat het koud worden. De
geraspte klappers worden nog eens fijngemalen; daarna klopt men de
vijfentwintig dooiers goed wit en doet er de suiker bij. Dit wordt
nu goed met het grootste gedeelte van het lichtbruin gebraden meel
vermengd. Daarna klopt men door het geslagen eiwit den klapper, het
overige meel, het anijszaad, het rozenwater en het zout. Vervolgens
voegt men dit laatste beslag bij het eerste en roert goed door
elkander. Men stort het daarna in een met boter bestreken gebaksvorm
over en laat dit in een, niet te warmen, oven gaar bakken.
Van dit beslag bakt men ook kleine bolles de bocos.