Feuilletée-deeg en het volgende vulsel: 1 pond amandelen, 1 pond
witte suiker, 5 eieren, geraspte djeroekschil, naar smaak, en een
weinig water.
Bereiding:
Vulsel: Men klopt drie eieren goed dooreen, vermengt dit met de suiker,
de fijngestampte amandelen en de geraspte djeroekschil en werkt dit,
met een weinig water, tot een goed kneedbaar deeg, zoo, dat men er
later, met het uitgerolde feuilletée-deeg, letters van kan maken.
Het feuilletée-deeg (No. 704) wordt dun uitgerold, daarna in lange
reepen gesneden; op het midden van iederen reep doet men wat van het
vulsel, vouwt dan den reep dicht en geeft er den vorm van de begeerde
letter aan. Men bestrijkt de letters met de geklopte dooiers der twee
overgebleven eieren en bakt ze daarna, in een warmen oven, bruin,
of lichtbruin.