Twee rijpe ananassen, 1/4 pond bloem, 2 eieren, 2 theelepels slaolie,
een d.L. bier, 1/2 lepel zout, brandewijn, suiker, kokende slaolie
of kokend vet.
Bereiding:
De ananas wordt aan zeer dunne schijven gesneden en deze een half uur
in brandewijn met suiker geweekt. Hierna maakt men het beslag: in de
bloem maakt men een kuiltje, waarin de geklutste eieren, de slaolie
en het zout gedaan worden. Dit wordt tot deeg door elkander gekneed,
waarna men er het bier bij beetjes doorheen werkt, zoodat het zulk
een dun beslag wordt, dat men de schijfjes ananas er in kan wentelen
en deze vervolgens in de kokende olie of het vet lichtbruin kunnen
gebakken worden.