Drie pond fijne poedersuiker, 2 gram vanillepoeder, 1 pond fijne
chocolade poeder en 2 ons poedersuiker; amandelolie.
Bereiding:
Drie pond fijne suiker tot grooten draad (au grand lissé) gekookt,
daarna op een met amandelolie bestreken plaat gegoten. Op die plaat,
zes à acht minuten, met een houten spaan goed dooreengewerkt, zoodat
de suiker wit en vast wordt. Daarna de vanillepoeder, met een heel
weinigje water, er doorheen gewerkt, zoodat de suikermassa weêr zacht
en kneedbaar wordt.
Nu smelt men de twee ons suiker, roert hier de chocoladepoeder
door, vormt van de eerstbereide massa balletjes, ter grootte van
hazelnootjes, en overtrekt deze met de warme chocolade, door ze met
een theelepeltje even in de chocolade te dompelen en daarna op een
wit blikken plaat te leggen en ze, verspreid, te laten drogen.