723. MARSEPEIN.

Een pond gepelde zoete amandelen, 1/2 ons bittere amandelen, 1 pond

fijngeraspte broodsuiker, de geraspte schil van 1 djeroek-nipis.

Bereiding:

De amandelen worden vermengd en met een weinig water goed fijn

gewreven, waarna men er de suiker en de geraspte schil doorheen

werkt. Dit mengsel doet men in een ketel en roost het bij een matig

vuur. Als het van den ketel losgaat en aan den natten vinger, dien

men erop drukt, niets hangen blijft, dan is de marsepein goed. Men

neemt dan het mengsel uit den ketel, maakt het tot kleine stukken en

laat het koud worden.

Vervolgens kneedt men de stukken wederom samen, maakt er figuren van,

die men op ouwel, in den heeten oven, bakt.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 777 / 1109 题