Drie pond suiker, kleurstof.
Bereiding:
De suiker wordt tot den vierden graad, dus à la plume, gekookt,
getableerd en daarna de kleurstof er door geroerd. Men kan er,
desverkiezende, ook eenigen reuk of smaak aan geven, door bijvoeging
van vanille, citroenolie, rozenwater of eenige andere stof.
Het "tableeren" van de suiker beteekent: de suiker, zoodra ze vloeibaar
is en opborrelt, met een hout zoolang tegen de zijde van den ketel
te wrijven, totdat ze wit wordt. Steeds moet het witgeworden stof
losgemaakt en onder de suiker geroerd worden. Met deze behandeling
wordt zoolang voortgegaan, totdat al de suiker wit is en de verlangde
dikte heeft.
Is de suiker voldoende gekookt en de kleur- zoowel als de geurstof er
door gemengd, dan giet men ze in papieren vormen, met opstaanden rand,
over, laat ze daarin bekoelen en snijdt vervolgens de borstplaat rond
of vierkant, naarmate de te maken figuren.
Om het papier van de borstplaat te verwijderen, bevochtigt men het,
van onderen, met een vochtig gemaakte spons.
Gemakkelijker nog is het, de suiker bij kleine beetjes door een
trechter te laten loopen op een marmeren plaat, evenals men hoopjes
maakt. Telkens wordt dan de trechter-opening met den houten stop
gesloten. De borstplaat spreidt zich dan van zelf plat, met afgeronden
rand.