Fijn poedersuiker, 3 eetlepels likeur, 1 pond suiker, kleurstof,
een langwerpig, plat kistje van ± 5 c.M. hoog, een amandelboon, die
met was stevig aan een lang stokje is bevestigd, droog poedersuiker.
Bereiding:
Men vult het langwerpige, platte kistje met het fijne, doorgezifte
suikerpoeder, strijkt vervolgens het poeder met een lineaal glad en
laat het, acht dagen lang, stil op den oven staan; dan drukt men,
met de amandelboon, het model er van in het poeder zoo dikwijls af,
als men likeurboonen wenscht te gieten. Het suikerpoeder moet daarom
zéér goed droog zijn
Nu kookt men het pond suiker tot kleinen bal, ("à la petite plume"),
neemt ze van het vuur en giet er de drie eetlepels likeur door,
schudt dan de suiker schielijk en goed dooreen met de likeur, giet
een gedeelte van deze suiker in een tot gieten bestemd pannetje met
lange tuit en vervolgens uit dit pannetje in de in 't poeder gedrukte
vormen. Is het kistje vol gegoten, dan worden de gegoten bonbons,
dun, met droog poedersuiker, bestrooid en, den nacht door, in den
droogoven geplaatst.
Den volgenden dag worden de bonbons er uit genomen en door afstuiven
zorgvuldig van het poeder gezuiverd.
Wil men de bonbons gekleurd hebben, dan verft men ze rood, rose, blauw,
geel, oranje, met een of ander kleurmiddel. (Zie de Nos. 707 en 718.)