Djeroek-nipis of djeroek-manis, (ook andere djeroek, zie No. 674),
broodsuiker.
Bereiding:
Men neemt het stuk broodsuiker en wrijft of raspt er met de
djeroekschil tegen, zoo dat het geel van de schil, de nerf genaamd,
(het sappige gedeelte er van) aan de suiker blijft zitten.
Men krabt de geel- of groenvochtige suiker met een mesje af. Deze
zoogenaamde vruchtensuiker gebruikt men veel in taartbeslag, ijs,
vruchtensausen, dranken, confituren en geleien.