Anderhalf ons fijne tarwebloem, 1 ons boter (No. 517), 2 lepels suiker,
één eierdooier en 1/2 kopje water.
Bereiding:
Men mengt de verschillende bestanddeelen tot een goed, kneedbaar deeg,
evenals het deeg voor pasteikorst (No. 706). Eerst een kuiltje in
het meel maken, daarin het water gieten, enz.
N.B. Dit deeg wordt voor sommige taarten, bijv. vruchtentaarten,
gebruikt in plaats van het bladerig of feuilletée deeg.
Het verschil tusschen de beide deegsoorten is in hoofdzaak, dat in
het taartendeeg suiker wordt gemengd.
Overigens handelt men met dit gereed gemaakte deeg evenzoo als met
het deeg voor pasteikorst.