Aan de Westkust van Engeland wordt een zeewier, Porphyra laciniata,
in groote hoeveelheid tot het maken van een op brood gelijkend
voedsel gebruikt. Dit zeegewas wordt meestal door vrouwen verzameld,
afgewasschen, van andere zeeplanten, enz. gezuiverd, en ten slotte
2 uur gekookt.
Hierop worden de grootste deelen fijngesneden, tot klompen gekneed
en met havermeel bestrooid, opdat ze beter samenhangen en een
beter uitzicht bekomen, eindelijk gebakken, in welken toestand deze
broodsoort in den zomer 4 dagen, 's winters echter tweemaal zoolang
goed eetbaar blijft. Vele vrouwen aan de kusten van Devonshire en
elders verdienen met dit werk haar levensonderhoud. Het eigenaardige
voedsel gaat het meest naar Swansea, waar het door de arme bevolking
zeer gezocht is.
(Sempervirens).